Militaire dienst


Toen ik voor mijn nummer opmoest was ik de 20 al gepasseerd terwijl in die tijd je met je 18e de dienst in moest. Ik niet. Ik was bijna 21 want ik was zelfstandig ondernemer en had uitstel gekregen. Ik had een kapperzaak en was al lekker bezig met muntjes vergaren toen plots de klad in de buurt kwam en ik in een saneringswijk kwam te zitten. Nu zul je denken, noem je dat nou geluk? Laat mij nou maar even verder gaan met het verhaal want het mooie hiervan komt.
De boel werd dus verkocht en ik had strontmazzel met de opheffing van mijn winkel maar dat is weer een ander verhaal hahahaha.

Zo ging ik dus alsnog op een goeie dag naar Ede-Wageningen om mij te melden in de kazerne “De Harskamp” alwaar de genie troepen werden opgeleid in de eerste twee van de veertien maanden, ik was namelijk uitgekozen om als chauffeur dienst te doen.
Toen ik daar aankwam werden wij de eerste twee dagen in een overall gehesen, we kregen een groen petje op en mochten onze eigen schoenen aanhouden. Je kunt je voorstellen hoe dat eruitzag. Al snel kwam ik erachter dat je als Amsterdammer een streepje voor had omdat je dan zogezegd “wel al het een en ander had meegemaakt”. Ik had dus geen last van ontgroening want ze dachten allemaal, “we laten die Amsterdammer maar met rust want anders zouden we de vingers wel eens kunnen branden”, wisten ze veel!

Toen wij eenmaal een beetje “ingeburgerd” waren en inmiddels een uniform hadden gekregen van de staat, kwamen we op het punt dat wij onze instructeur leerde kennen “Jan Dorland” die ons zowel leerde rijden in een vrachtwagen alsook de oefeningen met ons deed. Op een dag werden wij naar buiten geroepen en moesten Jan maar volgen. Na een tien minuten te hebben gelopen kwamen we aan op een grote heuvel, voor zover die er zijn in Nederland, en overzagen wij een ruim stuk terrein waar diverse pelotons aan het oefenen waren. Jan nam even de tijd om het uitzicht tot ons te laten doordringen, draaide zich naar ons toe en zei “zien jullie al die groepen daar”? waarop wij allen driftig ja knikte en Jan vervolgde, “nou zo moet het, ga mee weer terug”? en dat wel zo’n beetje de zwaarste oefening die ik heb gehad in mijn diensttijd.
Nou moet ik even uitleggen dat in die tijd (1986) zo’n groep met soldaten een compagnie heette en die compagnie bestond dan weer uit verschillende pelotons, en die pelotons bestonden dan weer uit groepen of kamers.

Ik had nog niet verteld dat ik in die periode ook al een verwoed amateur-fotograaf was en er al snel achter kwam dat ik hier best een extra zakcentje bij te verdienen viel want de soldij (salaris van een soldaat) was nier echt om een gat van in de lucht te springen. Ik maakte dan ook een groepsfoto van de compagnie (144 man), een groepsfoto van ons peloton, een groepsfoto van de kamer en natuurlijk een foto van Jan soldaat achter het stuur van zijn eigenste vrachtwagen. Zo had ik een setje van 4 foto’s van 20 x 25cm die mij inclusief ontwikkelen en afdrukken (dat deed ik zelf) op een kostprijs kwam van 4 gulden. Ik verkocht het setje voor 20 piek, en wilde er nu niet zo’n aandenken? Dus verdiende ik al snel 144 x 16 gulden. Dat was dus in een week tijd even snel Fl. 2.304,00 verdiend. Daar kwam bovenop dat ik ook nog mijn kappersdiploma’s had en de mannen voor geen prijs onder handen van de legerkapper wilde en daar pakte ik dus ook nog een aardig centje van mee. Even ter indicatie, een biertje koste in die tijd in een knappe disco 1 gulden en in de supermarkt niet meer dan 20 cent.

Maar goed, wij kregen dus rijles op een vrachtwagen. Mijn vader werkte in die tijd op schiphol en daar mocht ik zo af en toe wel eens een stukje rijden in zo’n prachtige trekker met trailer dus ik kwam niet helemaal onbeslagen ten ijs. Dus al snel had Jan Dorland in de gaten dat ik niet zo erg veel training nodig had en daarom mocht ik dan ook heerlijk onderuitgezakt achterin de bak lekker een peukie roken en naar buiten turen.
Toen mijn twee maanden opleiding er op zaten werd ik overgeplaatst naar Vucht en moest daar elke ochtend een vrachtwagen manschappen van de ene kazerne naar de andere brengen om vervolgens ‘s middags dezelfde mannen weer terug te brengen. Dat betekende dat ik de rest van de dag geen moer te doen had en lekker een beetje kon aanklooien. Soms kwam het voor dat er taken werden uitgedeeld en ik al snel in de gaten had dat de een niet wist wat de ander deed. Zo zij ik, als de taken werden verdeeld dat kapitein zus en zo mij had aangewezen om medicijnen te halen in Amsterdam, en prompt werd mij een rijopdracht gegeven voor Amsterdam. Ik reed dan naar Amsterdam om een uur of 10. meldde mij bij de Oranje Nassau kazerne, ging rond elf uur bij mams koffie drinken en een boterhammetje eten, pikte een filmpie en ging rond vieren weer terug om mijn schaapjes weer op te halen en af te leveren.

Nu ben ik een kleinigheid vergeten te vertellen en dat is dat als je in militaire dienst gaat je verwacht word op te geven wat je geloofsovertuiging is. Nou dat was voor mij niet zo moeilijk want met mijn joodse achtergrond wist ik dat er heel veel joodse feestdagen waren (en die ben je dan natuurlijk vrij) en ik ook nog eens kon kiezen tussen gewoon en koosjer voer. Omdat ik dus voor het joodse geloof had gekozen moest ik elke eerste maandag van de maand naar de Bronovolaan in Den Haag waar het krijgsmachtrabbinaat zat en wij bij de rabbijn op visite gingen die ons prachtige verhalen vertelde uit het geloof als of hij uit een sprookjesboek voorlas, en getrakteerd werden op heerlijke broodjes ossenworst van Mouwes. Als het dan rond de klok van elven was keek hij op zijn horloge en zei, zo heren, het is al bijna een uur en dat betekend dat wij er voor vandaag een punt achter gaan zetten. Als je namelijk na enen het krijgsmachtrabbinaat verliet dan mocht je weer terug naar huis en hoefde je niet terug naar de kazerne. En natuurlijk was ik weer de uitzondering op de regel want op dat zelfde krijgsmachtrabbinaat werkte een prachtig meisje met lange donkerblonde krullen die mij ook wel erg appetijtelijk vond en dus ging ik niet naar mijn huis maar naar dat van haar.

Ik was jong en ik wilde veel. Dat militaire gedoe had ik inmiddels wel gezien en mijn concentratie begon te vervagen. Ik simuleerde last van mijn rug en nam een weekje of twee ziekenverlof. Tijdens dit verlof deed ik een beetje fotowerk en leerde een meisje kennen uit Winterswijk, Mariska. Een prachtige dame die elke ochtend twee uur eerder opstond om zich op te maken en aan te kleden alsof ze op de cover van een of ander modeblad moest verschijnen, maar dat maakte mij niet uit, ik liep met de mooiste aan mijn arm.

Toen ik inmiddels alweer een paar weken in de ziektewet liep belde de rabbijn mij op en vroeg mij hoe het ging. Ik als goed verstaander had dus ook maar een half woord nodig om te horen dat hij niet zat te wachten op “geweldig ik kan niet wachten om mijn uniform weer aan te trekken” en dus aarzelde ik geen moment en antwoordde vaag dat het wel ging.
Hij vertelde mij dat ik voorlopig maar even thuis moest blijven omdat hij iets aan het uitzoeken was en dat nog wel een poosje kon duren voordat hij meer wist.
Na zo’n 6 weken belde hij terug en vroeg weer hoe het ging, en weer bleef ik vaag en draaide een beetje om de brij heen. Hij vroeg mij of ik nog steeds in Vucht zat en zij hem dat dit nog steeds zo was. Hij vertelde mij dat de kazerne in Vucht een voormalig concentratiekamp was geweest en mij opa daar had gezeten. Meteen begreep waar hij heen wilde en antwoordde, “zie je wel, dat heb ik altijd al een beetje gevoeld”. Hij zei dat het beter voor mij was als ik daar maar niet meer naar toe terug ging en gaf mij de keuze, of ik werd overgeplaatst naar Hilversum of gezien mij reeds lange afwezigheid van de dienst, de militaire dienst de militaire dienst te laten, mijn PSU (persoonlijke uitrusting) in te pakken en mijn ontslagbrief te komen halen. Ik slikte twee keer en dacht, “sommige doen er alles aan om maar niet in militaire dienst te hoeven en mij word het als cadeautje in de schoot geworpen. Al met al een ervaring die ik als geweldig heb ervaren. Gratis mijn grote rijbewijs gehaald, een pak geld verdiend en alleen de lusten en niet de lasten gehad. Is dat geluk of is dat geluk